Lissencephaly
|
Medische terminologie |
Verwant
|
||
|
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Indien u een medische term hier niet kunt vinden of juist een aanvulling heeft, kunt u deze naar ons [mailen]. |
||||
|
Agenesie: uitblijven van de normale ontwikkeling van een orgaan of een deel daarvan Anterior: voor Apnoe: toestand waarbij de ademhaling geheel stilstaat, komt o.a. voor bij stoornissen in het ademcentrum van het verlengde merg Arachnoidea: spinnewebvlies, het middelste van de drie hersenvliezen Atrofie: slinken of geslonken zijn van weefsel Atresie: afwezigheid van een (deel van) orgaan, stoornis in de normale ontwikkeling Axiaal: in de richting van de as van het lichaam |
||||
Bilateraal: tweezijdig, in twee richtingen Bitemporaal: m.b.t. beide slaapbeenderen Brachycephaly: een korte schedel |
||||
Caudaal: aan de kant van het lichaamseinde (vanaf de voeten gezien) Cataract: vertroebeling van de ooglens, staar Cerebellum: kleine hersenen Cerebrum: grote hersenen Craniaal: aan de zijde van de schedel Coronaal: uit het engels coronal, 180° op de lichaamsas. Bij een MRI scan ziet men dan een dwarsdoorsnede van slaap naar slaap gezien (of wel men kijkt dan vanaf de ruggegraat naar voren) Cornea: hoornvlies van het oog Cingulum cerebri: vezelbundel in het merg van de grote hersenen Colomboma: misvorming, spleet Corticalis: m.b.t. de schors van zachte organen (oa. hersenen) Creatinefosfokinase: enzym in hart en skeletspieren Cytogenetica: erfelijkheidsleer m.b.t. de cellen berustend op onderzoek van chromosomen en genen |
||||
De novo: opnieuw Diffuus: verspreid over een groot gebied Distaal: het deel van een orgaan of lichaamsdeel dat het verst van het midden (verticaal gezien) van het lichaam ligt Dysmorfie: misvorming, afwijkende vorm Dysplasie: abnormale ontwikkeling, gestoorde ontwikkeling |
||||
Ectoblast/ectoderm: het buitenste kiemblad: hieruit ontwikkelen zich de huid, de zintuigen en het zenuwstelsel Ependym: bedekkende cellen aan de binnenzijde van de hersenkamers en het centrale ruggenmergskanaal Endocranium: het harde buitenste hersenvlies |
||||
Frontaal: in een vlak evenwijdig aan het voohoofd Fronto-temporaal: mbt tot het voorhoofd en de slaapstreek, van het voorhoofd naar de slaapstreek lopend Fronto-occipitaal: is van voorhoofd naar achterhoofd lopend |
||||
|
Gameet: mannelijke of vrouwlijke geslachtscel Glaucoom: oogaandoening gepaard gaand met drukverhoging binnen het oog |
||||
Heterotoop: op een vreemde plaats liggend, van een andere plaats afkomstig Hypoplasie: te geringe ontwikkeling van weefsel of orgaan Hypertrichosis: overmatige haargroei of beharing |
||||
Ipsilateraal: aan dezelfde kant Intracerebraal: in de hersenen Intracraniaal: binnen de schedel In situ: ter plaatse |
||||
Lateraal: opzij, aan de zijkant gelegen, of wel in de normale stand van het midden (verticaal gezien) van het lichaam af gericht Leptomeninx: het zachte hersenvlies Locus: plaats, plek (oa. in de genetica om een plek op een chomosoom aan te duiden) |
||||
Mediaal: noemt men dat deel van een orgaan of lichaamsdeel dat in normale stand naar het midden (verticaal gezien) van het lichaam is gericht Mesiaal: naar binnen of naar de middellijn gericht Microphthalmus: te kleine oogbol Multilobularis: bestaand uit vele kwabjes Myopathie: niet nader omschreven aandoening van een spier Myopie: bijziendheid tgv. een grotere diepte van de oogbol dan normaal ligt het brandpunt van de ooglens voor ipv. op het netvlies |
||||
|
Nystagmus: snelle heen en weer gaande beweging van de ogen, gekenmerkt door een flitsende, rukachtige beweging in een richting gevolgd door een veel langzamere beweging in tegenovergestelde richting |
||||
Occipitaal: mbt het achterhoofd Oliva: olijf, het olijfvormige deel van het centrale zenuwstelsel, aan de bovenzijde van het verlengde merg Opisthotonus: krampachtig achterovergebogen lichaamshouding |
||||
Para: naast Paraxiaal: naast, langs of evenwijdig aan de richting van de as van het lichaam of een deel van de ledematen Pariëtaal: wandstatig Pariëto-occipitaal: mbt het wandbeen en het achterhoofdsbeen Perifeer: aan de omtrek, aan een uiteinde Placode: verdikking van het buitenste kiemblad waaruit later een zintuig wordt gevormd Posterior: achter Progressief: toenemend, vooruitgaand, verergerend, zich uitbreidend Proliferatie: woekering van cellen, groei door (snelle en soms ongecontroleerde) vermeerdering van cellen Proximaal: deel van een orgaan of een lichaamsdeel dat het dichts bij het midden (verticaal gezien) ligt |
||||
Reflux: terugvloeiing bv. van de maaginhoud naar de slokdarm (brandend maagzuur) Retina: netvlies |
||||
Sagittaal: het deel van een orgaan of een lichaamsdeel dat evenwijdig loopt met de mediale kant ervan van voren naar achteren. Bij een MRI scan een zijaanzicht van de hersenen Stria: dunne vezelbundel die o.a. voorkomt in bepaalde delen van de hersenen Subcorticaal: onder een schors, bv. onder de hersenschors Subarachnoïdaal: onder het spinnenwebvlies, tussen het spinnewebvlies en het zachte hersenvlies Synostosis: abnormale benige verbinding van twee of meer delen van het skelet |
||||
Volair: het deel van een orgaan of een lichaamsdeel dat bij het buigen hol staat |
||||
startpagina ---> verwante onderwerpen ---> medische terminologie |
||||
Copyright ©, 2004 lissencephaly Netwerk,
laatst bewerkt
21.08.2006 20:00
|
||||